veit > financieel.* > financieel.belastingen

 #1  
06.01.2007, 15:36
Jos
Ontvangen zorgtoeslag moet bij de berekening van aftrekbare buitengewone
uitgaven in mindering worden gebracht op het vaste aftrekbare bedrag.
In geval dus geen voorlopige zorgtoeslag is aangevraagd (of is uitgegaan van
een hoger toetsingsinkomen en dus een lager voorschot), zal het
drempelbedrag eerder worden bereikt.

Dit zou betekenen, dat het financieel aantrekkelijker is, om geen of een
laag voorschot te ontvangen en het definitieve hogere bedrag pas achteraf te
ontvangen. Weliswaar verplicht de Belastingdienst om wijzigingen door te
geven, het juist berekenen van het toetsingsinkomen is vooraf niet altijd
mogelijk en kan vaak pas aan het eind of na afloop van het belastingjaar
worden vastgesteld.

Raar dus, dat iemand door de zorgtoeslag minder kosten kan aftrekken dan
iemand die die toeslag pas achteraf bij de definitieve afrekening krijgt
uitbetaald.

Of zie ik dit helemaal verkeerd?

Jos
 #2  
06.01.2007, 19:01
bestweter
"Jos" <jgl> schreef in bericht
news:tr9c
[..]
> uitbetaald.
> Of zie ik dit helemaal verkeerd?
> Jos


Daar zou ik maar van uit gaan:

Relevante wettekst Wet inkomstenbelasting 2001:
Artikel 6.24. Omvang in aanmerking te nemen uitgaven
1. Het bedrag aan uitgaven gedaan voor de in de tweede volzin genoemde
posten wordt verhoogd met 113%, indien het verzamelinkomen van het
kalenderjaar vr toepassing van de persoonsgebonden aftrek, niet te
boven gaat het bedrag dat is genoemd in de tweede regel van de tweede
kolom van de tabel in artikel 2.10. De in de eerste volzin bedoelde
posten zijn:
(enz)

2. Buitengewone uitgaven worden in aanmerking genomen voorzover zij
samen, na toepassing van de verhoging ingevolge het eerste lid, meer
bedragen dan:
a. indien het verzamelinkomen vr toepassing van de persoonsgebonden
aftrek ? 6783 niet te boven gaat: ? 780 verminderd met de
standaardpremie, bedoeld in artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag, en
vermeerderd met de zorgtoeslag, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de
zorgtoeslag, met dien verstande dat bij de berekening van het bedrag van
de zorgtoeslag wordt uitgegaan van het toetsingsinkomen vr toepassing
van de persoonsgebonden aftrek;
b. indien het verzamelinkomen vr toepassing van de persoonsgebonden
aftrek ? 6 783 te boven gaat: 11,5% van het verzamelinkomen vr
toepassing van de persoonsgebonden aftrek verminderd met de
standaardpremie, bedoeld in artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag, en
vermeerderd met de zorgtoeslag, met dien verstande dat bij de berekening
van het bedrag van de zorgtoeslag wordt uitgegaan van het
toetsingsinkomen vr toepassing van de persoonsgebonden aftrek.

3. ( enz.)

Relevante tekst Wet op de zorgtoeslag:

Artikel 2
1. Indien de normpremie voor een verzekerde in het berekeningsjaar
minder bedraagt dan de standaardpremie in dat jaar, heeft de verzekerde
aanspraak op een zorgtoeslag ter grootte van dat verschil. Voor een
verzekerde met een partner wordt daarbij tweemaal de standaardpremie in
aanmerking genomen; in dat geval worden de verzekerde en zijn partner
voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk n aanspraak te
hebben.
2. De normpremie bedraagt een percentage van het drempelinkomen in het
berekeningsjaar, vermeerderd met een percentage van het toetsingsinkomen
van de verzekerde in dat jaar voorzover dat toetsingsinkomen het
drempelinkomen te boven gaat. Voor een verzekerde met een partner wordt
daarbij het gezamenlijke toetsingsinkomen in aanmerking genomen.
3. De percentages worden voor verzekerden met een partner vastgesteld op
5% van het drempelinkomen, vermeerderd met 5% van het toetsingsinkomen
voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat en voor een verzekerde
zonder partner op 3,5% van het drempelinkomen, vermeerderd met 5% van
het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat.
Deze percentages kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden
gewijzigd.
4. In afwijking van het eerste lid bedraagt de aanspraak op een
zorgtoeslag voor een verzekerde met een partner die geen verzekerde is,
vijftig procent van het op grond van het eerste lid berekende bedrag.
5. In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner
die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de
Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een
zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
6. De aanspraak op een zorgtoeslag wordt voor iedere kalendermaand
afzonderlijk bepaald.
7. Bij regeling van Onze Minister kunnen omtrent het bepaalde in het
zesde lid nadere regels worden gesteld.
**

Het lijkt dus niet relevant te zijn of en zo ja, op welk moment, de
zorgtoeslag is uitbetaald.
 #3  
06.01.2007, 22:34
Jos
"bestweter" <bestweter> schreef in bericht
news:5pg1
[..]
> zorgverzekering te verzekeren, geen aanspraak op een zorgtoeslag.
> 6. De aanspraak op een zorgtoeslag wordt voor iedere kalendermaand
> afzonderlijk bepaald.
> 7. Bij regeling van Onze Minister kunnen omtrent het bepaalde in het
> zesde lid nadere regels worden gesteld.
> **
> Het lijkt dus niet relevant te zijn of en zo ja, op welk moment, de
> zorgtoeslag is uitbetaald.


Volgens het aangifteprogramma moet de in 2006 ontvangen zorgtoeslag worden
vermeld. Dit betekent m.i. dat er in 2006 (wanneer het definitieve bedrag
aan zorgtoeslag voor dat jaar nog niet bekend is) voor- of nadeel kan
ontstaan.
Volgende jaren dient ook zorgtoeslag die is ontvangen/terugbetaald over
voorgaande jaren te worden meegenomen en zal dat voor- c.q. nadeel relatief
beperkt blijven.
Soortgelijke onderwerpen